Kabyliërs

Kabyliërs

Geplaatst op: november 21, 2009
Geplaatst in:
Reacties: Geen reacties

De Iqvailiyen, oftewel de Kabyliërs, zijn een Berbervolk (Amazighvolk) uit de bergachtige streek van Groot- en Klein Kabylië in het noorden van Algerije.

De Kabyliërs zijn het grootste Berbervolk uit Algerije en na de Chleuh, een Berbervolk uit het zuiden van Marokko, de op één na grootste Berbervolk van Tamazgha (Noord-Afrika). De regio van deze Berbervolk, Kabylië, is de bergachtige streek ten oosten van de hoofdstad Algiers, van Boumerdès tot aan de vlakte van Sétif. Kabylië is één van de dichtbevolkte regio van Afrika. Administratief ligt Kabylië in maarliefst zeven districten, genaamd Wilaya’s. De belangrijkste reden voor het opdelen van Kabylië in zeven Wilaya’s heeft te maken met de arabiseringspolitiek van de Algerijnse overheid. Hoe meer arabisering, des te minder kans op separatisme en eenheid van Kabyliërs. Ondanks de aanwezigheid van zeven Wilaya’s, is Kabylië een voorbeeld voor de andere Berbervolkeren in Noord Afrika als het gaat om eenheid en amazighbewustzijn.

Een dorp in Groot-Kabylië, op de achtergrond de Djurdjura massief.

Populatie:

Er zijn naar schatting wereldwijd tussen de 7 en 8 miljoen sprekers van het Kabylisch Tamazight of ‘Taqbaylit’ in het Berbers. Kabylië is één van de dichtstbevolkte regionen van Afrika. Met een oppervlakte van ongeveer 7500 vierkante kilometers  op een inwoneraantal van ongeveer 5 miljoen is Kabylië zelfs kleiner dan de naburige Berberofone Aurès gebergte, die ongeveer 2 miljoen sprekers heeft op een grotere oppervlakte.  Er wonen in de Berberofone Kabylië nu de dag ongeveer 5 miljoen mensen, de rest van de Kabyliërs wonen in Frankrijk en buiten Kabylië, zoals in de steden Algiers, Bouira en Boúmerdes. In Frankrijk zijn de Kabyliërs met ongeveer 1 miljoen goed vertegenwoordigd. De Kabyliërs kennen een lange migratiegolf naar Frankrijk en later ook naar Canada. De naam Kabylië is afgeleid van het Arabische woordje “Qabila”, wat letterlijk “stam” betekent.

De dichtbevolkte bergtoppen van Kabylië, een spectaculair aanzicht.

De dichtbevolkte bergtoppen van Kabylië, een spectaculair aanzicht.


Taal:

De Kabyliërs spreken een Berbertaal, genaamd: Kabylisch Berbers/Tamazight. Er is onduidelijkheid over het aantal dialecten, sommigen houden het op twee of drie dialecten, anderen op 4 dialecten. Het probleem is dat een dialect moeilijk vast te stellen is, omdat er veel taalkundige varianten aanwezig zijn in Kabylië, waarvan twee varianten het makkelijkst te onderscheiden zijn, west en oost, Groot-Kabylië en Klein-Kabylië. Volgens Kamal Nait Zerrad, een taalkundige, zijn er vier dialecten te onderscheiden in Kabylië:

  • Westelijk dialect: Dit dialect wordt door de Kabyliërs het dialect van Tizi Ghennif genoemd. Het dialect gaat in het oosten op in het dominante dialect van Tizi Ouzou, ook wel dialect van Djurdjura genoemd. Het verschil met het dialect van Tizi Ouzou is bijzonder klein.
  • Centraal dialect: Dit is het dialect van Tizi Ouzou, de meeste Kabyliërs spreken het Kabylisch Tamazight. De grootste Kabylische stammen spreken dit dialect zoals de Ait Menguellat, Ait Yiraten, Ait Aïssi en Ait Yanni.
  • Oostelijk dialect: In het oosten gaat het westelijk dialect op in het oostelijk dialect, een lijn die makkelijker te maken is, dan de lijn van Tizi Ghennif en Tizi Ouzou. Dit dialect heeft veel eigenschappen van het meest oostelijke dialect dat weer op de Berbertaal van de Ichaouiyen lijkt. Dit dialect wordt gesproken in de grootste Kablische stad Bgayet. Dit dialect bestaat vervolgens weer uit drie dialecten, subdialecten. Het oostelijk dialect laat zien dat de Berberse taal van Kabylië complex is.
  • Meest oostelijk dialect: Dit dialect wordt gesproken in het uiterste oosten van Kabylië. Dit dialect bezit veel elementen van het dominante dialect van Kabylië, maar tegelijkertijd heeft dit dialect veel overeenkomsten met de Berbertaal van de naburige Berbervolk Ichaouiyen. Deze dialectblok kan men zien als een overgang van het Kabylisch naar het Chaouiaans Berbers. Dit dialect wordt gemakshalve vaak bij het oostelijk dialect gerekend.

Kabylië is complexer dan enkel het onderscheid tussen west en oost, in dit geval Groot-Kabylië en Klein-Kabylië. De vier dialecten hebben geen exacte grenzen, maar overgangsgebieden. Het dominante dialect is het centrale dialect, Tizi ouzou en omgeving, met de meeste sprekers het dominanste dialect van Kabylië. Het verschil tussen de uiterste westelijke dialect en het oostelijke dialect is goed merkbaar. Het oostelijke dialect vertoont veel gelijkenissen met de Berbertaal van de Ichaouiyen, oostelijk Algerije. De Kabyliërs en Ichaouiyen grensden ooit aan elkaar via de regio Sétif, die hedendaags gearabiseerd is. Men kan twee hoofd-dialecten onderscheiden, namelijk westelijk en het oostelijk dialect. Kamal Nait Zerrad spreekt over vier dialecten, niet gek, als je bedenkt dat er veel sprekers zijn van het Kabylisch.

Geografie:

Kabylië is de regio tussen de stad Boumerdes en de Wilaya Jijel. Kabylië bestaat voornamelijk uit ruige berglandschappen. Het gebied bestrijkt Groot-Kabylië (Tizi Ouzou e.o.) en de helft van Klein-Kabylië (Bgayet e.o.). Deze gebergtes maken deel uit van de Tell Atlas, de grootste bergketen van Algerije. Naast groot en klein Kabylië, onderscheiden de Kabyliërs ook nog laag Kabylië. Dat is de vlakte ten zuiden van de Djurdjura massief, de omgeving van Bouira. Het hoogste punt van Kabylië is gelegen in de Djurdjura massief, de berg Tamgout Aâlayen, 2308 m.

De Djurdjura massief, torent hoog uit over Kabylië.

De Djurdjura massief, torent hoog uit over Kabylië.


Ten tijde van de Franse kolonisatie behoorde groot Kabylië en klein Kabylië niet tot dezelfde departement. Groot Kabylië behoorde tot het departement Algiers en Klein Kabylië tot het departement Constantine. Frankrijk beschouwde Algerije als een overzees stuk van Frankrijk, net als Frans Guyana. Het was ook ten tijde van de Koloniale overheersing te merken dat het verdelen van de Berberregio’s voorrang had, vanwege de angst voor de Guerrilla. De regio’s van Kabylië en de Áures (Ichaouiyen), beiden Berberregio’s, waren de kern van het verzet tegen de Kolonialisten, ten tijde van het verzet.

Hedendaags beslaat Kabylië maar liefst zeven Wilaya’s, de Algerijnse provincies. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat een etnisch homogeen gebied als Kabylië zeven provincies moet beslaan, waarvan maar twee provincies etnisch Amazigh zijn. De waarheid achter dit politieke onrechtvaardige systeem, is het feit dat het Algerijnse regime bang is voor separatisme. Door middel van de opdeling van Kabylië, hoopt de regering de arabisatie te versnellen in de regio, wat op lange duur het Amazighbewustzijn zal doen afnemen. Niet alleen Kabylië is slachtoffer van de Wilayastelsel, ook de regio van de Ichaouiyen, de Áures, is opgesplitst om de regio te arabiseren. Kabylië in twee of drie wilaya’s zou de eenheid van de Kabyliërs alleen maar verstevigen, dat kan een pro Arabische regime als Algerije niet tolereren.

Dit zijn de zeven wilaya’s (provincies) die het gebied van de Kabyliërs bestrijken:

  • Boumerdès:

De Wilaya Boumerdes beslaat ongeveer 75% Kabylisch grondgebied, de stad Boumerdes, van oosprong een Kabylische stad, is hedendaags gearabiseerd. Ten oosten van de stad Boúmerdes begint Kabylië.

  • Bouira:

De Wilaya Bouira beslaat ongeveer 25% Kabylisch grondgebied. Bouira Heette vroeger Tubirett, een van oorsprong Kabylische stad ten zuiden van de Djurdjura massief. Doordat de Kabyliërs rondom de stad Bouira geïsolleerd leefden vanwege de ruige Djurdjura massief, werd dit deel van Kabylië een makkelijke prooi voor de arabisatie.

  • Tizi Ouzou:

De Wilaya Tizi Ouzou is samen met de Wilaya Bgayet, de enige Wilayas die gelegen zijn in de regio Kabylië, oftewel een 100% Kabylische Wilaya.

  • Bgayet (Béjaïa):

Net als Tizi Ouzou, beslaat de Wilaya Bgayet Kabylisch gebied, op een klein Arabisch sprekende gebied na (Ziama Mansouria). Desondanks kan gesteld worden dat Bgayet samen met Tizi Ouzou een 100% Kabylische Wilaya is.

  • Bord Bou Aridj:

De Wilaya Bord Bou Aridj is een overwegend Arabisch sprekende Wilaya, die vermoedelijk al decennia terug is gearabiseerd, net als de regio Sétif.  De Berberofone Klein Kabylië en de Berberofone Aúres grensden aan elkaar.  In het noorden van de Wilaya liggen stukken Kabylisch gebied.

  • Sétif:

De Wilaya Sétif dringt door tot in de binnenland van Klein-Kabylië. Op de kaart is te zien dat de Wilaya Sétif een hap neemt uit de Wilaya Bgayet. Ook hier is de arabiseringspolitiek de stichter van deze strook.

  • Jijel:

Jijel is een Wilaya gelegen in de Arabisch sprekende gedeelte van Klein Kabylië. Dit gebied was vroeger Berbersprekend, nu de dag volledig gearabiseerd. Een klein stukje in het westen van de Wilaya is Kabylisch, grenzend aan de Wilaya Bgayet.


Steden:

Kabylië bestaat uit honderden dorpen, merendeel gelegen op de toppen van bergkammen. Kabylië heeft nauwelijks te maken gehad met verstedelijking. Dat is goed merkbaar. Kabylië herbergt mooie authentieke bergdorpen, die alleen in Kabylië voorkomen. Kabylië heeft maar twee steden met een inwoneraantal groter dan 100.000 inwoners, namelijk Bgayet (Béjaïa)en Tizi Ouzou. De havenstad Bgayet is met 190.000 inwoners de grootste stad van Kabylië. Tizi Ouzou, de hoofdstad van Kabylië, heeft een inwoneraantal van 110.000.

Taourirt Amokrane, een pittoresk dorpje in Kabylië.

Agouni Gueghrane, een hoog gelegen dorpje in Kabylië.

Agouni Gueghrane, een hoog gelegen dorpje in Kabylië.


Tizi Ouzou:

Tizi Ouzou is de hoofdstad van Kabylië, ondanks dat de grootste stad van Kabylië, Bgayet,  groter is dan Tizi Ouzou, zien de Kabyliërs Tizi Ouzou als hun trotse hoofdstad. Tizi Ouzou is de politieke motor van Kabylië. De stad herbergt universiteiten en vele politiek actieve Berber-verenigingen. De stad is gelegen in de massief van Groot-Kabylië op een laagvlakte van 200 meter, 100 km ten oosten van de Algerijnse hoofdstad Algiers.  Tizi Ouzou wordt omringd door hoge bergkammen, wat Tizi Ouzou overigens een geweldige uitstraling geeft. Tizi Ouzou betekent letterlijk “pas van de brem”, afgeleid van de brem, een struiksoort uit de vlinderbloemfamilie, die veelvuldig voorkomt in de pas van Tizi Ouzou.

Na 1962 is de stad snel gegroeid naar 110.000 inwoners hedendaags. Tizi Ouzou kent de beste levenstandaard van alle Algerijnse steden. Ten noorden van de stad ligt de berg Adrar Belloua (850m), daar heeft men een mooi uitzicht over de stad en omringende vlaktes.

De hoofdstad Tizi Ouzou, vanuit Adrar Belloua


Bgayet (Béjaïa):

Bgayet is de grootste stad van de regio Kabylië, met een inwoneraantal van 190.000 inwoners. De havenstad Bagyet is de economische hoofdstad van Kabylië, oftewel de economische motor. Politiek gezien stelt Bgayet niet veel voor, dat is de taak van Tizi Ouzou. In Bgayet merk je minder van de Berbercultuur dan in Tizi Ouzou, Bgayet telt in vergelijking met Tizi Ouzou niet veel Berberverenigingen. De stad is gelegen aan een baai, omringd door bergen.

De omgeving van Bgayet is spectaculair. Ten noorden van de stad bevindt zich de berg “Yemma Gouraya”. Vanuit Yemma Gouraya kun je genieten van een adembenemende uitzicht over de stad en de middellandse zee.

De havenstad Bgayet, de economische motor van Kabylië.

De havenstad Bgayet, de economische motor van Kabylië.



Cultuur:

De Berbercultuur is in Kabylië goed gewaarborgd gebleven. Nergens in Noord Afrika heeft een Berbervolk haar cultuur zo goed weten te conserveren en te duratieven als in Kabylië. In veel dorpen dragen mensen vandaag de dag nog traditionele kledij.

Kabylië kent een typisch Berberfolklore. Kabylië heeft naast de Tamja, het populairste instrument van de Berbers, ook de gitaar in haar Folklore. Kabylische muziek werd vanaf de jaren zeventig populair. Vanaf de jaren zeventig begonnen de protestliederen hun intrede te doen, gedomineerd door bekende artiesten zoals wijlen Matoub Lounes en Ait Menguellet.

Idir heeft als de ambassadeur van de Kabylische cultuur de typische Kabylische muziek op het wereldpodium weten te brengen. In 1976 bracht Idir zijn eerste album uit en wist zich als eerste Amazigh bewuste zanger op het wereldpodium te manifesteren. Zijn lied ‘a vava inouva’ is wereldwijd in 7 talen vertaald. Muzikaal heeft Kabylië naast de traditionele kenmerken diens horizon weten uit te breiden. Zo zijn er naast Idir ook talloze Kabylische artiesten bekend op het hedendaagse wereldpodium zoals: Djurdjura (een gouden stem bevlogen met Ierse folkloremuziek, klassieke toonaarden en typische Kabylische klankenredeneringen en ritmiek), Takfarinas, en nog veel andere gegadigden zoals Amazigh Kateb (zoon van Kateb Yasin, die beroemd geprezen is rondom de roman “Nejma”), Akli D, Ines Mezel, Abdelli, Rabah Asma en Yelas, die de Kabylische muziek een wereldse klank hebben gegeven. Vanaf de Berberse lente in 1980, toen de Kabyliërs in opstand kwamen tegen de regering, werden protestliederen een gewoonte in Kabylië. Matoub Lounes werd de koning van de Kabylische protestliederen. Helaas kwam daar een einde aan op 25 juni 1998, toen een groep gewapende fundamentalistische arabisten zijn auto onder vuur namen.

Matoub Lounes, de koning van de Rebelse Kabylische liederen

Matoub Lounes, de koning van de Rebelse Kabylische liederen